34 959 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet op de dividendbelasting 1965 in verband met enkele spoedreparaties inzake de fiscale eenheid en inzake het herstel van een omissie in de innovatiebox (Wet spoedreparatie fiscale eenheid)   https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34959_wet_spoedreparatie_fiscale Memorie... Vorige

2c. Box 3 inkomen uit sparen en beleggen

rijksoverheid.nl

'Staatssecretaris Snel van Financiën licht in een brief een voorstel toe waardoor straks voor het eerst gerekend wordt met de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden van een belastingplichtige.

Dit betekent dat de belasting over spaargeld in box 3 wordt vastgesteld aan de hand van de werkelijke hoeveelheid spaargeld. Over deze werkelijke hoeveelheid spaargeld wordt dan een vooraf vastgestelde rente berekend, die zoveel mogelijk aansluit bij de werkelijke spaarrente.

Download 'Kamerbrief Aanpassing box 3'

PDF document | 13 pagina's | 680 kB

Kamerstuk: Kamerbrief | 06-09-2019'

 

2019: belastingdienst.nl//belasting_betalen_over_uw_vermogen/

 

Kamerbrief: rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/09/06/kamerbrief-aanpassing-box-3-brief

 

Verschil:

2019: Forfaitair rendement over rendementsgrondslag (vermogen min heffingvrij vermogen € 30.846): a) van € 0 t/m € 72.797: 1,80% b) van € 72.797 t/m € 1.005.572: 4,22% c) meer dan € 1.005.572: 5,33% a + b + c = rendement box 3

2022: Forfaitair rendement over vermogen: a) waarde van al het spaargeld: 0,09% b) waarde overige bezittingen: 5,33% c) waarde schulden: 3,03% a + b – c = inkomen box 39

 

*********************************************************************

tweedekamer.nl/sites/default/files/atoms/files/regeerakkoord20172021.pdf

In de vermogensrendementsheffing (Box 3) wordt sneller aangesloten op het werkelijk rendement van spaartegoeden en het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd van 25.225 euro naar 30.000 euro (60.000 euro voor paren). In deze kabinetsperiode zal een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement worden uitgewerkt.

*********************************************************************

Vermogensrendementsheffing blijft fictief. 30% heffing over verschillende schijven met wisselende percentages en wegingsverdeling.

 

Tabel berekening voordeel uit vermogen vanaf 2017

bron: belastingdienst.nl

Voorbeelden staan op voorbeelden-box-3-vermogensrendementsheffing.

 

Schijf

Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggen

Percentage

1,63%

Percentage

5,5%

1

Tot en met € 75.000 

67%

33%

2

Van € 75.001 tot en met € 975.000

21%

79%

3

Vanaf € 975.001

0%

100%

 

 

Dat betekent dat u als alleenstaande boven het heffingvrij vermogen als volgt belast wordt

over de grondslag sparen en beleggen Box 3:

1ste schijf (t/m €75.000): 67x1,63% + 33x5,5% = 2,90% fictief rendement x 30% heffing

= 0,87% heffing in plaats van 1,2% 

2de schijf (€75.001-€975.000): 21x1,63% + 79x5,5% = 4,68% x 30%

= 1,40% heffing in plaats van 1,2%

 

3de schijf (>€975.000): 100x5,5% =5,5% x 30% 

                                                                                                              = 1,65% in plaats van 1,2%

 

berekenen_belasting_over_uw_inkomsten_uit_vermogen_vanaf_2017 

en

berekening_belasting_box_3_anders_vanaf_2017

Let op: op basis van de spaarrente over de afgelopen 5 jaar. Rentestijging is te verwachten!

Moeite waard: 

******************************************************************************************************************************************2017 Miljoenennota

Quote. 

Het kabinet hervormt de vermogensrendementsheffing in box 3 met ingang van 2017. De huidige vermogensrendementsheffing, waarmee spaargeld in box 3 wordt belast, geeft veel Nederlanders het gevoel belasting af te dragen over een opbrengst die er nooit is geweest.

In box 3 wordt sinds 2001 een verondersteld rendement uit vermogen van 4 procent belast tegen een vlak tarief van 30 procent. Hierdoor is de grondslaguitholling die zich voor 2001 voordeed gestopt en is de uitvoerbaarheid fors verbeterd. Het percentage van 4 houdt echter geen rekening met de vermogensmix.

 

Dit schuurt met het rechtvaardigheidsgevoel van velen, zeker nu de rente op spaargeld zeer laag is. Om te komen tot een heffing die door belastingbetalers als rechtvaardiger wordt ervaren en die tegelijkertijd goed uitvoerbaar is, kiest het kabinet ervoor om de forfaitaire benadering te behouden, maar binnen die benadering beter aan te sluiten bij de in de voorafgaande jaren gemiddeld door belastingbetalers in de markt behaalde rendementen.

Het kabinet wil dit bewerkstelligen door het forfaitaire rendement voortaan te baseren op de gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen (de vermogensmix) in combinatie met een in het verleden in de markt gerealiseerd rendement op beide componenten. Zowel het rendement op het spaardeel als op het beleggingsdeel wordt jaarlijks aangepast aan de hand van de meest actueel beschikbare gegevens. De gemiddelde vermogensmix is gebaseerd op de belastingaangiften en wordt elke vijf jaar geëvalueerd.

 

Het kabinet handhaaft het vlakke tarief van 30 procent, ongeacht de vermogenstitel of de omvang van het vermogen. Het kabinet verhoogt het heffingvrije vermogen met ingang van 2017 naar 25.000 euro per persoon. Het resultaat is dat de vermogensrendementsheffing beter gaat aansluiten bij de rendementen die door belastingbetalers in voorafgaande jaren gemiddeld zijn behaald, maar kan afwijken van het individuele rendement. De vermogensrendementsheffing behoudt immers zijn forfaitaire karakter, hetgeen voor de uitvoering zo belangrijk is.

 

Aanpassing box 3

• Er komen drie vermogensschijven in box 3, namelijk 0 tot 100.000 euro, 100.000 tot 1 miljoen euro en vermogens boven 1 miljoen euro.

• Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd naar 25.000 euro per persoon en geeft iedereen een gelijk voordeel.

• Voor elke schijf wordt de gemiddelde verdeling van het vermogen over spaargeld en beleggingen bepaald.

• Voor spaargeld en beleggingen wordt een jaarlijks te herijken meerjarig gemiddeld rendement vastgesteld. Voor sparen bedraagt dit in 2017 naar verwachting 1,63 procent. Het gemiddelde langetermijnrendement op beleggingen komt naar verwachting in 2017 uit op 5,50 procent.

• In de voorgestelde systematiek zijn er geen vaste forfaitaire rendementen per schijf. Deze kunnen jaarlijks wijzigen als gevolg van de herijking.

 

Ter illustratie: op basis van de huidige inschatting voor het rendement op sparen en beleggen bedraagt het rendement in de schijf van 0 tot 100.000 euro 2,9 procent, in de schijf van 100.000 tot 1 miljoen euro 4,7 procent en in de schijf voor vermogens boven 1 miljoen euro 5,5 procent. • Het rendement per schijf wordt belast tegen een vlak tarief van 30 procent.

*****************************************************************************************

Box 3 - stelsel: het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen bestaat uit het voordeel van sparen en beleggen. Dat is een vast percentage (fictief rendement) van 4% over de waarde van uw bezittingen minus schulden. Schulden zijn boven een drempel aftrekbaar. Het verschil tussen bezittingen en schulden boven de drempel is belast voor zover een vrijgesteld bedrag (heffingvrij vermogen) overschreden wordt. Het inkomen kan verminderd worden met een mogelijk saldo van de persoonsgebonden aftrek. Het vermogen kan over beide partners naar eigen goeddunken verdeeld worden.

In tegenstelling tot Box 1 geldt een vast (forfaitair) tarief van 30%. Er wordt bij de belastingheffing dus niet meer uitgegaan van het werkelijk behaalde rendement maar van een vast rendement over het vermogen, de vermogensrendementsheffing. Zie op belastingdienst.nl onder belasting betalen over uw vermogen.

 

Het rendement is op dit ogenblik gesteld op 4%. Dat kan in de toekomst gewijzigd worden. In het verleden werden de werkelijke rendementen, waarbij koersresultaat vrijgesteld werd, belast tegen een progressief tarief. Daarnaast werd vermogensbelasting geheven. De vermogensbelasting kon, met behulp van aftrekposten, voorkomen worden en ook de inkomstenbelasting kon sterk verminderd worden. Dat is niet meer op die schaal mogelijk en dat maakt het stelsel van 2001 eerlijker.

 

Voor u als ontvanger is het niet meer van fiscaal belang of dividend in contanten of in de vorm van nieuwe aandelen (bijvoorbeeld stockdividend) wordt uitgekeerd. Evenmin hebben fiscale producten, zoals groeifondsen, nog fiscaal voordeel.

 

Voor 2010 geldt dat alle bezittingen minus de schulden, verminderd met de niet aftrekbare drempel, het netto vermogen (de rendementsgrondslag) vormen. De rendementsgrondslag aan het begin en aan het einde van het kalenderjaar werden opgeteld en gedeeld door twee. De uitkomst vormt het gemiddeld vermogen. Vanaf 1 januari 2011 geldt één peildatum: 1 januari. Na aftrek van het heffingvrij vermogen betaalt u 1,2% over het vermogen.

Kosten zijn niet meer aftrekbaar! Box 3 komt nooit negatief uit. Verrekening speelt dus geen rol.

 

Toch zijn er belangrijke aspecten die reden zouden kunnen zijn het systeem weer te wijzigen, namelijk:

  1. In veel Europese landen wordt geheven over de reële inkomsten uit vermogen en niet een forfait (vast percentage). Bij verlies wordt het systeem als onrechtvaardig beschouwd.
  2. Inkomen in Box 1 wordt belast volgens progressieve tariefschijven. Belastingplichtigen met een hoger inkomen worden dus zwaarder belast dan belastingplichtigen met een lager inkomen (draagkrachtbeginsel). In Box 3 wordt geen onderscheid gemaakt en behalen vermogende personen die van hun vermogen leven een voordeel boven zij die van hun inkomen moeten leven.
  3. Door een forfaitair tarief worden behoudende spaarders die in obligaties/spaardepots beleggen, met een vast rendement, gestimuleerd om risicovoller te beleggen.

 

Belastingtarieven: http://bit.ly/dfs314-belastingtarieven.    Terug naar belasting over de werkelijke spaarrente. Extra hoge vrijstelling.   rijksoverheid.nl Quote Nieuwsbericht | 06-09-2019 | 15:20 Volgende
Back to home

Oplossingen