Vele wensen zijn mogelijk maar hebben invloed op de hoogte van de uitkering. Laat u goed adviseren als u overweegt om: de pensioendatum te vervroegen; gedeeltelijk met pensioen te gaan en gedeeltelijk te werken; de pensioenuitkering na pensionering tijdelijk te verhogen en later te verlagen (hoog-laagregeling); uw pensioen te handhaven ook als u een functie... Vorige

Pensioenvoorbeeld van tendentieus beleid en uitspraken/onderzoeken die het verdienen kritisch te analyseren (10x).

1ste van 10 voorbeelden van tendentieus beleid en uitspraken/onderzoeken die verdienen kritisch te analyseren.

Het betreft onjuiste, onderschatte, overdreven, onbenoemde feiten of trends.

Het is niet te vatten dat:

  • pensioenfondsen rendementen maken van 6-8%,

  • het opgebouwd pensioenvermogen €1.700 miljard bedraagt 

  • en de rekenrente ca. 2% is,

    met als gevolg nadeel voor (toekomstig) gepensioneerden.

 

Neem de tijd, verdiep u erin en bedenk hoe het u aangaat. 

De mare/ het gerucht over pensioen

Jarenlang wordt gesteld:

  • dat het slecht gaat met de pensioenfondsen.
  • dat de pensioenverplichtingen niet nagekomen kunnen worden.
  • dat de jongere generatie geen pensioen kan krijgen.

 

 

Het gevolg voor de (toekomstig) gepensioneerden

Pensioenaftopping, premieverhoging, verhoging pensioenrichtleeftijd (http://bit.ly/dfs327-pensioenrichtleeftijd), pensioenkortingen, indexering-stop (http://definancielesite.nl/book/page/818/) en systeemwijziging (http://bit.ly/dfs323-pensioensystemen) van eindloonstelsel naar een vorm van beschikbaar premiestelsel. Voor sommigen een achteruitgang van 15% of meer.

 

 

Het gevolg voor pensioenfondsen

De buffereisen voor pensioenfondsen zijn verhoogd (http://definancielesite.nl/book/page/1025-dekkingsgraad/) en (http://bit.ly/dfs247-dekkingsgraad-individueel-pensioenfonds) en de rekenrente voor het contant maken van toekomstige pensioenverplichtingen is aangepast (http://bit.ly/dfs92-ufr-pensioenen). Na-indexatie is praktisch uitgesloten!

 

 

De andere kant van het probleem

 

Doel van het artikel

Afgezien van een oproep tot eerlijker en transparantere berichtgeving, is het een extra aansporing de persoonlijke pensioensituatie kritisch te bekijken en aan te vullen.

http://bit.ly/dfs140-hoe-hoog-is-mijn-pensioen 

http://bit.ly/dfs351-aanvulling-pensioen

Ook vermogenden die te maken hebben met de aftopping kunnen zich afvragen of het vermogen onbelast in Box 3 blijft tot in lengte dan dagen: http://bit.ly/dfs154-netto-lijfrente-netto-pensioen

 

Commentaar en berichten

 

  • nl. Quote. Groei netto extern vermogen grotendeels door toename pensioenvermogen

Al in 2016: netto extern vermogen van Nederland is het hoogst van Europa. Geen enkel ander land heeft, in verhouding tot de grootte van de economie, een hoger saldo aan financiële bezittingen.De meeste andere landen kennen zelfs een negatief saldo. Ook Nederland kende tot de kredietcrisis een negatief saldo, ondanks een structureel jaarlijks overschot op de lopende rekening. Dat het Nederlands netto extern vermogen na 2008 zo hard is gegroeid kwam in eerste instantie door hoge investeringen in het buitenland en na 2011 vooral door een grote toename van de pensioenvermogens. Downloads: 2016-groei-netto-extern-vermogen-grotendeels-door-toename-pensioenvermogen

 

Artikel van de heer C. Teulings. “Schatrijk, maar geen pensioenindexatie".

De pensioenen niet indexeren terwijl de vermogenspositie van de pensioenfondsen toeneemt is een bron van onbeheersbare tweespalt, schrijft hoogleraar Coen Teulings”

 

Artikel van de heer H. de Jong. “Pensioenfondsen staan er veel beter voor dan vaak wordt beweerd. Dat komt omdat ze verplicht moeten rekenen met een extreem lage marktrente.”

 

Cijfers

Pensioenthermometer: aon.com/netherlands/pensioenthermometer-en-pensioenvergelijker/pensioenthermometer/dekkingsgraad.jsp

Rekenbasis: voortschrijdende gemiddelde van de 20-jaars forward rentes in de voorafgaande 10 jaar.

Swapcurve: https://www.dnb.nl/binaries/t1.3.1nm_tcm46-330554.xls?2017060110

 

 

De rekenrente

Veel heeft te maken met de gehanteerde rente voor het contant maken van de pensioenverplichtingen. Wie een hogere rente wenst wordt uitgemaakt voor risiconemer en financiële waaghals.

dnb.nl. Quote

 

Tabel 1.3.1 Nominale rentetermijnstructuur pensioenfondsen (zero coupon)

https://www.dnb.nl/binaries/t1.3.1nm_tcm46-330554.xls

 

Wijziging in de tabel rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen vanaf 31-08-2015

Vanaf augustus 2015 wordt de rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen in tabel T1.3.1 weergegeven voor looptijden van    1 tot en met 100 jaar. Met terugwerkende kracht zijn ook de rentetermijnstructuren van januari tot en met juli 2015 voor looptijden van 61 tot en met 100 jaar aangevuld.

 

Rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen vanaf 31-07-2015

DNB heeft besloten de door de Commissie Ultimate Forward Rate (UFR) voorgestelde UFR methode, met een kleine technische aanpassing, in te voeren per 15 juli 2015.
De notitie waarin de methodiek uiteengezet wordt, is te vinden in Open Boek. De aldus bepaalde rentetermijnstructuur dient te worden gebruikt voor de discontering van pensioenverplichtingen op grond van artikel 2 lid 2 van het Besluit FTK.

UFR methodiek rentetermijnstructuur vanaf juli 2015.

 

Rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen vanaf 31-01-2015

Conform de besluitvorming van DNB wordt vanaf 1 januari 2015 geen driemaandsmiddeling meer toegepast bij de vaststelling van de rentetermijnstructuur.

 

Rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen vanaf 30-09-2012

Tegen de achtergrond van het Septemberpakket pensioenfondsen is besloten vanaf 30 september 2012 de rentetermijnstructuur voor pensioenfondsen aan te passen door de introductie van een ultimate forward rate(UFR). De driemaandsmiddeling blijft evenwel gehandhaafd. Het gaat hierbij om een aanpassing van de rentetermijnstructuur voor looptijden vanaf 20 jaar. Voor looptijden tot en met 20 jaar is de zero rente gelijk aan de waargenomen driemaands gemiddelde zero rente. Voor looptijden vanaf 21 jaar wordt de zero rente aangepast door de onderliggende 1 jaars forward rente te extrapoleren naar de zogenoemde UFR van 4,2%. De aanpassing van de forward rente bestaat uit een vaste weging van de in de markt waargenomen forward rente(op basis van de driemaands gemiddelde swapcurve) met de UFR. Voor meer informatie en de achtergrond van dit besluit verwijzen wij u naar de berichtgeving hierover op onze website.  De notitie waarin de methodiek uiteengezet wordt, is te vinden in Open Boek.

UFR methodiek rentetermijnstructuur

 

definitie

De nominale rentetermijnstructuur voor het Financieel Toetsingskader (FTK) wordt geconstrueerd op basis van de swapcurve. Deze rentetermijnstructuur dient ter bepaling van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen.

 

Data

Als databron van de constructie van de nominale rentetermijnstructuur wordt gebruik gemaakt van door Bloomberg gepubliceerde (intraday) Europese swaprentes voor 1 t/m 10 jaar (jaarintervallen), 12, 15, 20, 25, 30, 40 en 50 jaar. Tussenliggende looptijdpunten tot 30 jaar en de 35- en 45-jaars swaprentes worden vooralsnog niet gebruikt. De handel in deze looptijdpunten is namelijk beduidend minder liquide. De swapcurve wordt opgebouwd uit rentetarieven waarbij een vaste rente tegen de 6-maands EURIBOR wordt geruild. Gekozen is voor de 'composite rates' (code: CMPL) uit Bloomberg die een soort marktgemiddelde weerspiegelen. De curve wordt gebaseerd op de (lagere) bid-rente; Bloomberg toont een bid-offer spread van 2 basispunten.

 

Berekening

Niet beschikbare cq gebruikte looptijdpunten worden geschat door tussenliggende forward rentes constant te veronderstellen. Er is afgezien van het gladstrijken ('smoothen') van de forward curve, omdat de zero coupon spot curve zelf al zeer gelijkmatig blijkt te zijn en gladstrijken leidt tot slechts marginale aanpassingen in de spotcurve. Er wordt geen afslag voor kredietrisico ten opzichte van de swapcurve gehanteerd, omdat het overgrote deel van de swapmarkt is gedekt met onderpand. Daarmee is het kredietrisico feitelijk geëlimineerd. Verschillen tussen de swapcurve en de rentes van overheids-obligaties worden onder meer beïnvloed door schaarste-effecten, zodat het verschil niet eenduidig kan worden geïnterpreteerd als maatstaf voor kredietrisico's van swaps. Geen rekening is gehouden met coupondagen die in het weekend vallen en met schrikkeljaren. Een dergelijke verfijning zou slechts een zeer geringe invloed hebben.

 Unquote

 

 

Vaststelling methode rentetermijnstructuur:

 

 

 

 

2015 De aanscherping van de regels (zie Wet aanpassing financieel toetsingskader), overheidsbeleid (beoogde afschaffing van de doorsneepremies) en geleidelijke daling van de rekenrente (zie studie van Aon op http://www.aon.com/netherlands/persberichten/2015/gewijzigde-rekenrente-raakt-pensioenfondsen-aanzienlijk.jsp ... Volgende
Back to home

Oplossingen