Bron:              Pensioenwet(Penw) Pensioenwet (PW) Wet... Vorige

Pensioensystemen

Check de kwaliteit van uw pensioenregeling via tpra.nl/ratings

20-09-2018: ontwikkeling pensioenregelingen: https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/pensioenovereenkomsten-jaar/dataset/df1. Afbouw van uitkeringsovereenkomsten.

 


Pensioensystemen
Het soort pensioensysteem is van groot belang voor de hoogte van uw oudedagsuitkering. De Pensioenwet kent drie soorten regelingen: 

  1. uitkeringsovereenkomst. In de overeenkomst is vastgelegd dat bij het bereiken van een bepaalde leeftijd een gegarandeerde uitkering wordt ontvangen. Het langlevenrisico en het beleggingsrisico liggen in de opbouwfase niet bij de werknemer maar bij de werkgever. Voorbeelden van een uitkeringsovereenkomst zijn het eindloonstelsel en het middelloonstelsel. Het eindloonstelsel is vrijwel verdwenen;
  2. kapitaalovereenkomst. In de overeenkomst is vastgelegd dat op een bepaalde datum een gegarandeerd kapitaal beschikbaar is voor een periodieke uitkering. Het langlevenrisico ligt bij de werknemer maar het beleggingsrisico niet helemaal;
  3. premieovereenkomst. In de overeenkomst is vastgelegd dat een bepaalde premie uitgekeerd wordt. Het langlevenrisico en het beleggingsrisico liggen bij de werknemer. Een voorbeeld is het beschikbaar premiestelsel.

Let op per 1 september 2016http://bit.ly/dfs459-Wet-verbeterde-premieregeling.

 

De stelsels laten zich als volgt beschrijven:

Ad 1.   eindloonstelsel. Uw pensioenuitkering is gegarandeerd en afhankelijk van het laatstgenoten salaris en de lengte van de diensttijd. Salarisverhogingen werken volledig door. De premie wordt bepaald op basis van wat daarvoor nodig is;

Ad 2.   middelloonstelsel. Uw pensioen is gegarandeerd en afhankelijk van wat u gemiddeld gedurende uw gehele loopbaan als salaris hebt verdiend. In geval de opbouw geïndexeerd is, is sprake van een geïndexeerd middelloonstelsel. De premie wordt bepaald op basis van wat daarvoor nodig is;

Ad 3.   beschikbaar premiestelsel. De hoogte van uw pensioen is onzeker, maar hangt af van het kapitaal dat op de pensioendatum beschikbaar is.

De premies staan vast maar het eindkapitaal is afhankelijk van de beleggingsresultaten. De hoogte van het pensioen is onder meer afhankelijk van de rentestand en gemiddelde levensverwachtingen bij ingang van het pensioen. Vanaf 1 januari 2011 kan een PPI (premiepensioeninstelling) opgericht worden voor de uitvoering van beschikbarepremieregelingen. Let op: u loopt risico’s. Kijk op de site van AFM onder Premiepensioeninstellingen.

 

In de afgelopen jaren zijn de eindloonstelsels omgezet in middelloonstelsels en vaak ook in beschikbaar premiestelsels. Daardoor zijn de kosten van pensioen voor de werkgevers verminderd en is de zekerheid voor een goed pensioen voor de werknemers aanzienlijk afgenomen. Voor de meeste werknemers wordt het beoogde pensioenniveau niet bereikt. Bij de regelingen onder 1 en 2 wordt gekeken naar een te behalen pensioen. Dat pensioen is veelal afhankelijk van de hoogte van het loon, de indexatie en de lengte van de diensttijd (pensioenbasissysteem).

Bij een middelloonstelsel hebben salarisverhogingen aan het einde van de loopbaan heel weinig effect op het pensioen. Bij de regeling onder 3 wordt eerst bepaald welk bedrag aan pensioenpremie beschikbaar wordt gesteld (premiebasissysteem).

 

De pensioenovereenkomst moet vastgelegd worden in een pensioenbrief en/of pensioenreglement. Meer op http://pensioen123.nl. Het pensioen is/was vaak geïndexeerd om geldontwaarding te voorkomen en waardehandhaving van de pensioentoezegging zeker te stellen. De wet spreekt onder ‘Definities’ van toeslagen. Er zijn verschillende toeslagen mogelijk. Een pensioen kan gekoppeld worden aan de kosten van levensonderhoud (waardevast pensioen) of aan de lonen in het bedrijfsleven (welvaartsvast pensioen). Er is geen zekerheid dat indexatie wordt toegepast. Deze is meestal voorwaardelijk. Rond 2003 en 2009 hebben enkele pensioenfondsen vanwege slechte beleggingsresultaten de indexatie niet of gedeeltelijk toegepast. In 2010 speelt ook de lage rente, vastgesteld voor het contant maken van toekomstige verplichtingen, een rol. Door onvoldoende dekkingsgraad moeten sommige pensioenfondsen op last van DNB maatregelen nemen in de vorm van lagere uitkeringen, hogere premies of anderszins. 

 

Bij het kiezen van een nieuwe baan, krijgt u ook te maken met verschillende pensioensystemen. Een keuze is afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Stel dat u bij een beschikbaar premiestelsel op 65 jaar een pensioenkapitaal krijgt uitgekeerd en u kunt kiezen tussen gelijkblijvende of geïndexeerde uitkeringen, dan is het zinvol uw keuze af te laten hangen van uw verwachte levensduur. Bij een korte levensverwachting is een gelijkblijvende uitkering interessanter, omdat de gelijkblijvende uitkering bij aanvraag hoger is dan de geïndexeerde uitkering. Het is van groot belang na te gaan of en zo ja welke indexatie van toepassing is en of uw salaris niet sneller stijgt dan de inflatie. Doel is dat geldontwaarding wordt voorkomen.

 

Een pensioentoezegging kan omvatten:

  • voor de werknemer: ouderdomspensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen, premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en voortzetting van de opbouw van het pensioen;
  • voor de nabestaanden: nabestaandenpensioen, een eenmalige uitkering bij overlijden, nabestaanden-overbruggingspensioen of Anw-hiaatpensioen, wezenpensioen.

Van oudsher werd ervan uitgegaan dat in veertig jaar (van 25 tot 65 jaar) een volledig pensioen opgebouwd wordt met een opbouwpercentage van veelal 1,75% per jaar (40 jaar x 1,75% opbouw per jaar = 70% van het laatstverdiende salaris). Dit is maar voor weinigen weggelegd, in de eerste plaats door de pensioenbreuken maar ook door de verschraling van de pensioentoezeggingen. U kunt echter op individuele basis uw pensioenregeling aanvullen.

De trend is een verschuiving naar een beschikbaar premiestelsel met een vaste jaarlijkse premie. Het stelsel is flexibel voor de werkgever en levert geen risico's op. Verder zijn de kosten van dit stelsel eenvoudiger te budgetteren voor de werkgever. Er is geen inhaal van pensioenjaren (backservice) bij salarisverhogingen zoals bij een eindloonstelsel.

 

U heeft ook opties om te beleggen. Dat kan door keuze van het standaardaanbod, door uzelf in een beleggingskeuze pakket, of door uzelf in aparte fondsen. Als werknemer loopt u het beleggingsrisico. Een voordeel voor de werknemer is dat u ook profiteert van beleggingsresultaten, die hoger zijn dan de rekenrente. Dit laatste is zeer onzeker. Tijdens de opbouw is er geen aanpassing voor inflatie, zodat pas van echt voordeel sprake kan zijn, indien de beleggingsresultaten naast de verwachte rente ook de inflatie dekken. De risico’s zijn groot. De pensioenuitvoerder moet u daarop wijzen.

Sinds de invoering van de Wet fiscale behandeling van pensioenen in 1999 biedt de regelgeving voor pensioenen veel meer mogelijkheden (niet voor de DGA). Onder de motto’s ‘individualisering’ en ‘flexibilisering’ worden de kosten voor het bedrijfsleven verminderd en vindt een verschuiving van verzorging naar beloning plaats. De VUT werd definitief afgeschaft.

Door de veranderingen in regelgeving zullen de pensioenregelingen uiteindelijk meestal minder gunstig voor de werknemers uitpakken.

 

Wijzigingen in 2008/2009 betroffen:

  • flexibilisering;
  • deeltijdpensioen;
  • variabele pensioenuitkering;
  • pensioenopbouw mogelijk over bepaalde variabele loonbestanddelen (niet de auto van de zaak);
  • verruiming van het aantal jaren dienstbetrekking met de periode van ouderschapsverlof, sabbatical, zorg- en studieverlof;
  • behoud van pensioenopbouw, indien voor pensionering parttime gewerkt wordt of een minder gekwalificeerde functie wordt aanvaard (demotie);
  • geen onderscheid tussen mannen en vrouwen;
  • mogelijk maken van inkoop van dienstjaren;
  • informatieplicht en helderder informatie;
  • zorgplicht bij beleggen. 

Bestaande pensioenregelingen zijn aangepast. Dat was vaak niet in uw voordeel, omdat in een aantal gevallen tegelijk een eindloonregeling geheel of gedeeltelijk vervangen werd door goedkopere andere regelingen.

Vanaf 2008 is de pensioenuitvoerder mede verantwoordelijk voor het prudent beleggen van de deelnemer. De pensioenuitvoerder geeft aan of uw belegging past binnen het kader van spreading en risico. U mag afwijken. Als u geen keuze maakt, zet de pensioenuitvoerder uw belegging ongevraagd om in prudent beleggen (belegging met een laag risicoprofiel) als u uw pensioendatum nadert.

*************************************************************************

De cijfers

Pensioenregelingen
http://www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/financiele-instellingen/pensioenfondsen/pensioenregelingen/index.jsp

Type pensioenovereenkomsten

http://www.dnb.nl/binaries/t8.11ny_tcm46-330791.xls?2016020209

Soort pensioen

http://www.dnb.nl/binaries/t8.12ny_tcm46-330793.xls?2016020209

Opbouwpercentage

http://www.dnb.nl/binaries/t8.13ny_tcm46-330795.xls?2016020209

Soort franchise

http://www.dnb.nl/binaries/t8.14ny_tcm46-330797.xls?2016020209

 

 

 

 

 

 

Vele wensen zijn mogelijk maar hebben invloed op de hoogte van de uitkering. Laat u goed adviseren als u overweegt om: de pensioendatum te vervroegen; gedeeltelijk met pensioen te gaan en gedeeltelijk te werken; de pensioenuitkering na pensionering tijdelijk te verhogen en later te verlagen (hoog-laagregeling); uw pensioen te handhaven ook als u een functie... Volgende
Back to home

Oplossingen