Anw (Algemene nabestaandenwet). Sinds de invoering van de Anw in 1996 (ter vervanging van de AWW, de Algemene weduwen- en wezenwet) is het aantal gerechtigden tot een uitkering sterk verminderd en is de uitkering inkomensafhankelijk... Vorige

8b. Pensioen (2e pijler) - verlaging opbouwpercentages

Bron:             

Pensioenwet(Penw)

Pensioenwet (PW)

Wet op de loonbelasting 

 

Internet:        

De Nederlandsche Bank (DNB) is belast met het toezicht op de uitvoering van de Pensioenwet.

Ombudsman Pensioenen: voor klachten over de uitvoer van pensioenreglementen.

Vergeten pensioenen via het Pensioenregister (voorheen Helpdesk vergeten pensioenen)­

Klachteninstituut Financiële Dienstverlening: voor klachten over conflicten met verzekeraars.

 

Pensioenherziening

27 mei 2014 is in de 1ste kamer aangenomen:

  1. 33.610 Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen. Zie 1ste kamer.
  2. 33.847 Novelle Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014. Zie 1ste kamer. Deze novelle regelt de aanpassing van de opbouw- en premiepercentages van het Witteveenkader, de introductie van een spaarfaciliteit voor inkomens boven de aftopping van € 100.000 (nettolijfrente), de versterking van de mogelijkheid voor zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) om een pensioen op te bouwen en de invoering van een aantal waarborgen voor een evenwichtige verlaging van de pensioenpremies met ingang van 1 januari 2015 (bron 1ste kamer). 

1ste kamer 20 mei 2014: verslag (ongecorrigeerd stenogram) van de discussie. De novelle (33847) is 6 maart 2014 in de 2de kamer goedgekeurd. Zie ook Memorie van toelichting en Nadere Memorie van toelichting.

Hoofdzaken zijn:

  1. Aanpassing opbouwpercentages. De opbouw voor middelloonregelingen wordt verlaagd van 2,15% naar 1,875% en voor eindloonregelingen van 1,9% tot 1,657%. Opbouw van een pensioen van 75% middelloon in 40 jaar volledig en ononderbroken pensioenopbouw.
  2. Premiewaarborgen. Via 9 regelingen wordt gewaarborgd dat de verlaging van de opbouwpercentages zich ook vertaald in lagere premies. Waarborg via controle door DNB.
  3. Soortgelijke wijzigingen voor de beschikbare premieregeling, opbouw partnerpensioen/ wezenpensioen, Oudedagsreserve en lijfrentes in de 3de pijler.
  4. Visie toekomst pensioenstelsel.
  5. Aftopping van fiscaal bevoordeelde pensioenopbouw tot inkomens van € 100.000. Mogelijkheid om de opbouw ook boven € 100.000 voort te zetten in de 3de pijler via een nettolijfrente (niet fiscaal aftrekbaar) met vrijstelling van het kapitaal in Box 3 en een onbelaste uitkering in Box 1.
  6. Nettolijfrente via pensioenfondsen in de 2de pijler.
  7. Generatie-evenwicht toets.
  8. Eigen pensioenregeling voor zzp'ers en bescherming pensioenvermogen in geval van bijstandsuitkering.

Meer informatie op tweedekamer.nl onder algemene documenten/ stenogram.

 

Een aanpassing van de opbouwpercentages gold vanaf 1 januari 2014. De opbouwpercentages dalen vanaf 2014 voor de eindloonregeling van maximaal 2% naar 1,9% en voor de middelloonregeling van maximaal 2,25% naar 2,15%. De opbouwperiode in een beschikbare premieregeling wordt verlengd van 35 tot 37 jaar.

 

Zie ook op rijksoverheid.nl onder Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen (Wet VAP) en onder Wijzigingsvoorstellen Witteveen 2015 en het-wetsvoorstel-wet-pensioenaanvullingsregelingen.

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pensioenwet

De Pensioenwet (voorheen Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) is 1 januari 2007 ingevoerd:

  1. voor een aanscherping van de informatieplicht door pensioenuitvoerders over uw pensioenaanspraken;
  2. grotere transparantie in de regelgeving (uniform overzicht);
  3. wijzigingen in de regelgeving (recht op pensioen kan niet verjaren – was 5 jaar –, invoer minimum toetredingsleeftijd van 21 jaar, ongehuwde en niet-geregistreerd samenwonenden hebben ook recht op het nabestaandenpensioen bij scheiding);
  4. nieuw financieel toetsingskader.

Pensioen – algemene begrippen 

Naast de arbeidsovereenkomst wordt tussen de werkgever en de werknemer een pensioenovereenkomst gesloten. Het pensioen is een van de belangrijkste arbeidsvoorwaarden. De overeenkomst geeft werknemers een aanspraak op een pensioen na ingang van de pensioengerechtigde leeftijd en meestal na overlijden voor de nabestaanden een nabestaandenpensioen. Daarmee verbonden is vaak een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. De werkgever sluit een uitvoeringsovereenkomstmet een pensioenuitvoerder voor de uitvoering van de pensioenovereenkomst.

 

De pensioenuitvoerder stelt een pensioenreglement op met betrekking tot de inhoud van de regeling en de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer. De pensioenuitvoerder moest binnen 3 maanden na aanvang van deelname aan de pensioenregeling een startbrief aan de werknemer geven. Vanaf uiterlijk 1 juli 2016 is de startbrief vervangen door pensioen1-2-3: http://pensioen123.nl/over-pensioen-1-2-3

 

Onder voorwaarden zijn de bedragen betaald voor de pensioenopbouw niet belast op het moment van betaling tijdens de werkzame periode maar pas bij uitkering na pensionering (omkeerregel). De door de werknemer betaalde premie is aftrekbaar, de door de werkgever betaalde premie wordt niet tot het loon gerekend en het pensioenkapitaal is niet belast. Pensioen wordt fiscaal beschouwd als uitgesteld loon. Daarom is het bij sollicitatie van belang niet alleen naar het salaris en eventuele bonus te kijken, maar ook het pensioen in de onderhandelingen mee te nemen.

 

Essentieel is dat het pensioen buiten de onderneming gebracht moet worden (waarborgingsvoorschrift). Voor pensioen in eigen beheer van de DGA geldt dit niet.

 

Volgens de Algemene wet gelijke behandeling mag tussen personen geen onderscheid gemaakt worden. Dit betekent onder andere dat rekenfactoren bij pensioentoezegging aan mannen of vrouwen gelijk zijn.

 

Weinigen beoordelen hun pensioenaanspraken als zij jong zijn en vergeten dit punt te overwegen bij het in dienst te treden bij een werkgever. Ten onrechte. Het is een zeer belangrijk onderdeel van de arbeidsvoorwaarden.

Aangezien de opbouwperiode heel lang moet zijn om een redelijk inkomen te hebben bij pensionering is het van groot belang jong te beginnen.

Let op: bouw tijdig een pensioen op.

 

De pensioenuitkeringen staan onder druk. Daarom is het een politiek 'heet hangijzer' en verandert de wetgeving regelmatig. 29 april 1999 is het Witteveenkader ingevoerd met een pensioenrichtleeftijd van 65 jaar, opbouwpercentages van 2% respectievelijk 2,25% en een minimum AOW-franchise. In de begroting 2013 en nadere beslissingen staat dat in 2014 de pensioenrichtleeftijd verhoogd wordt tot 67 jaar met toekomstige aanpassingen naar de stijgende levensverwachting. Het opbouwpercentage voor de eindloonregeling daalt van 2% naar 1,9% en voor middelloonregelingen van 2,25% naar 2,15% en voor beschikbare premieregeling maximaal in 37 jaar tot 70% van het laatstverdiende loon. Zie nummer 33.290 Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd.

 

Wat is pensioen?                                                                

Pensioen is een regeling die uitsluitend ten doel heeft het veilig stellen van inkomen voor:

  • werknemers bij ouderdom en/of arbeidsongeschiktheid (ouderdomspensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen);
  • na overlijden van de werknemer, voor (ex)echtgenoten en partners met wie duurzaam een gezamenlijke huishouding gevoerd is (nabestaandenpensioen/partnerpensioen);
  • (pleeg) kinderen die jonger dan 30 jaar zijn (wezenpensioen).

 

Check de kwaliteit van uw pensioenregeling via tpra.nl/ratings.  20-09-2018: ontwikkeling pensioenregelingen: https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/pensioenovereenkomsten-jaar/dataset/df1.... Volgende
Back to home

Oplossingen