Tijdelijk oudedagspensioen (TOP)/overbruggingspensioen is door de regelgeving in 2006 niet meer mogelijk.  Zoals vermeld is de AOW-uitkering in de pensioenregeling ingebouwd. Deze uitkering ontvangt u pas op 65 jaar. U kon een tijdelijke oudedagsvoorziening afsluiten (TOP). Dit was bedoeld om als uw pensioen op bijvoorbeeld... Vorige

Vervroegde uittreding (VUT)/ RVU

Kans: 3 jaar eerder stoppen met werken zonder strafheffing
 
Vanaf 1 jan. 2021 kan een werkgever zonder 52% RVU-heffing (Regeling Vervroegde Uittreding) eerder stoppen met werken van een werknemer toestaan.
Dit valt onder tijdelijke vrijstelling van de extra heffing bij vervroegd uittreden. Lees:
 
 
 
*******************************************************************************

Vervroegd uittreden weer mogelijk.

Het steeds later ingaan van de AOW-leeftijd is voor velen ondragelijk. De boete om eerder stoppen te voorkomen

zal voor een aantal beroepen onder voorwaarden NIET gelden. De tijdelijke facilitering van vervroegde uittredingsregelingen voor de AOW-leeftijd (max. 3 jaar)

geldt voor de periode 2021-2025.

 

Door een combinatie van de mogelijkheid 10% van het pensioenvermogen in een keer op te nemen (vanaf 1-1-2022), de vrijstelling van de RVU-heffing en een verlenging van de periode van fiscaal gefacilieerde vakantieverlof wordt  vervroegd uittreden beperkt mogelijk gemaakt. 

 
 
eerstekamer.nl
quote
 
35.555 Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen
 

Dit voorstel wijzigt een aantal wetten en bevat maatregelen waarover in het pensioenakkoord (TK 32.043, nr. 457) afspraken zijn gemaakt om meer maatwerk mogelijk te maken in het arbeidsvoorwaardelijk pensioen.

 

Mensen krijgen meer keuzevrijheid bij de aanwending van hun pensioen, door mogelijk te maken dat zij een beperkt deel van het pensioenvermogen kunnen opnemen als een bedrag ineens.

 

Om mensen meer keuzemogelijkheden te bieden om eerder te kunnen stoppen met werken wordt tijdelijk de mogelijkheid gefaciliteerd om in sectoren en ondernemingen uittredingsregelingen te financieren waarmee werknemers de mogelijkheid krijgen om drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen met werken. Dit wordt gedaan door een versoepeling van de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing). Daarnaast is afgesproken dat er meer fiscale ruimte wordt geboden om verlof op te sparen, mede om vervroegd uittreden mogelijk te maken.

unquote

 

https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35555_wet_bedrag_ineens_rvu_en

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/09/03/wetsvoorstel-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen

Memorie van toelichting: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/09/03/memorie-van-toelichting-wetsvoorstel-bedrag-ineens-rvu-en-verlofsparen

 ***************************************************************************

https://www.salarisnet.nl/oudedagsvoorzieningen/nieuws/2021/05/drempelvrijstelling-rvu-verduidelijkt-in-geactualiseerde-handreiking-1018647?_ga=2.203697748.554186688.1620302620-52087150.1620302620

Quote

De voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling zijn als volgt:

  • De RVU-uitkering vindt plaats in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025;
  • Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 geldt een uitloopperiode. Gedurende deze periode kan de drempelvrijstelling worden toegepast, mits de beëindigingsovereenkomst uiterlijk 31 december 2025 getekend is en de werknemer uiterlijk op 31 december 2025 de leeftijd heeft bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt;
  • De drempelvrijstelling geldt zowel voor een uitkering ineens, als voor periodieke uitkeringen ingevolge een RVU;
  • De drempelvrijstelling is enkel van toepassing op uitkeringen uit een RVU die plaatsvinden in de periode vanaf 36 maanden voorafgaande aan de AOW-leeftijd van een werknemer. Voor zover RVU-uitkeringen dus meer dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd worden uitgekeerd, is over deze uitkeringen RVU-heffing verschuldigd (zie ook Situatie 4 zoals genoemd in de Memorie van Toelichting wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen, Kamerstukken TK 2019-2020, 35 555, nr. 3, p. 20);
  • De drempelvrijstelling is maximaal het in artikel 32ba, zevende lid, Wet LB genoemde bedrag en wordt berekend per maand, aan de hand van het aantal maanden vanaf de (eerste) uitkering tot aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer, met een maximum van 36 maanden. Vindt de (eerste) uitkering dus plaats op een moment dat gelegen is op minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden. Bovendien wordt een gedeelte van een maand naar boven afgerond;
  • Bedraagt het (totale) bedrag van de uitkering(en) ingevolge een RVU meer dan het bedrag van de drempelvrijstelling, dan is over het meerdere de RVU-heffing verschuldigd.

 

Unquote

 

**************************************************************************

RVU-heffing (Regeling Vervroegd Uittreden). Art 32ba Wet op de loonbelasting 1964

Als de Belastingdienst een regeling voor vervroegd uittreden als een RVU beschouwd, geldt sinds 2011 een belasting van 52%.

https://www.awvn.nl/rvu-regeling-vervroegd-uittreden/ 

https://www.cees.nl/nl/actueel/rvu-heffing-over-ontslagvergoeding 

******************************************************************************

 

Vervroegde uittreding (VUT)/geen pensioen.  De VUT-regeling was veelal onderdeel van de CAO en dus tijdelijk. De VUT werd gefinancierd door het omslagstelsel. De VUT-regelingen zijn afgeschaft omdat:

  • de uitstroom van oudere werknemers minder gewenst werd geacht;
  • kosten toenamen doordat steeds minder jongere werknemers de premies voor de gebruikers van de VUT moesten opbrengen;
  • het niet een flexibel systeem was (geen VUT bij eerdere uittreding dan op de VUT-leeftijd).

 

Vanaf 1 januari 2005 geldt voor werknemers die januari 2005 nog geen 55 jaar waren dat de werknemerspremie niet meer aftrekbaar is en de uitkering onbelast. De werkgeversbijdrage is belast in Box 1. Voor de werknemers die al 55 jaar waren vóór 1 januari 2005 blijft het regime onveranderd. De overgangsregeling houdt in dat de werknemerspremie aftrekbaar is en de opgebouwde waarde onbelast. De uitkering is belast in Box 1. De werkgeversbijdrage is niet belast, als onder andere de VUT-regeling op 31 december 2004 bestond.

 

  • Regelingen op omslagbasis: tot 1 januari 2011 gold dat de werkgeversbijdrage belast is met 26% en de werknemersbijdrage voor 50% aftrekbaar is. Met ingang van 1 januari 2011 wordt de werkgeversbijdrage belast met 52% en is de werknemersbijdrage niet aftrekbaar. Dit geldt ook voor het prepensioen op omslagbasis. De omkeerregeling blijft gehandhaafd maar door de hoge heffing was het niet meer interessant.
  • Regeling op basis van kapitaaldekking: de regeling blijft bestaan voor werknemers die 55 jaar zijn op 31 december 2005.
Prepensioen - overbruggingspensioen (afschaffing via VPL per 1 januari 2006) Het prepensioen is een regeling die de VUT-regeling verving. De regeling viel onder de PSW en was meestal gebaseerd op het kapitaaldekkingstelsel.... Volgende
Back to home

Oplossingen